Categorieën
Advies

Advies 2026-04

Klacht over deskundigenrapport in civielrechtelijke procedure. Inhoudelijke kritiek op het rapport hoort thuis in de gerechtelijke procedure.

naar aanleiding van het verzoek van:

1. [Verzoeker]

over het aanvankelijk oordeel van

2. het College van Bestuur van de Radboud Universiteit

Procesverloop

Op 9 juli 2025 heeft de advocaat van Verzoeker namens Verzoeker een klacht ingediend bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de Radboud Universiteit (hierna: CWI) over een mogelijke schending van wetenschappelijke integriteit door [Betrokkene].

De CWI heeft het College van Bestuur van de Radboud Universiteit (hierna: het Bestuur) op 5 november 2025 geadviseerd de klacht niet-ontvankelijk te verklaren.

Het Bestuur heeft het advies van de CWI overgenomen en heeft de klacht van Verzoeker in het aanvankelijk oordeel van 12 december 2025 niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoekers advocaat heeft het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (hierna: LOWI) op 22 januari 2026 verzocht advies uit te brengen over dit aanvankelijk oordeel.

Prof. dr. Han Brunner heeft zich in deze zaak verschoond.

Het LOWI heeft in zijn vergadering van 25 februari 2026 besloten om het verzoek in behandeling te nemen en meteen tot advisering over te gaan. Hieronder wordt toegelicht waarom.

Overwegingen

Inleiding

1. Deze zaak gaat over een deskundigenrapport dat in het kader van een civielrechtelijke procedure is opgesteld.

2. Betrokkene is emeritus-hoogleraar en auteur van het rapport.

3. Verzoeker is partij in de civielrechtelijke zaak.

4. Verzoeker werd in die civielrechtelijke zaak en ook in deze procedure bij de CWI en bij het LOWI bijgestaan door een advocaat.

Klacht

5. In het kader van de civielrechtelijke procedure heeft (de advocaat van) Verzoeker het concept-rapport op 37 punten bekritiseerd. Betrokkene heeft in zijn definitieve rapportage op die opmerkingen gereageerd. Volgens Verzoeker zijn hiermee de fundamentele gebreken in het rapport echter niet weggenomen. Verzoeker klaagt over het vermelden van de BIG-registratie op het concept-rapport terwijl deze was verlopen en over de wijze waarop de nevenactiviteiten van Betrokkene staan vermeld op de website van de universiteit. Verder klaagt Verzoeker dat het rapport in strijd is met de normen 4, 5, 6, 17, 22, 23, 27, 34, 36, 37, 38, 39, 42, 51, 53 en 54 uit de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit 2018. Verzoeker geeft daarbij aan dat het voor hem wegens het verlopen van de BIG-registratie niet meer mogelijk is om het handelen van Betrokkene medisch-tuchtrechtelijk te laten toetsen.

Standpunt Betrokkene

6. Betrokkene heeft zich bij de CWI op het standpunt gesteld dat de klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat hij steeds duidelijk is geweest over zijn emeritaat. Hij wijst op de opdrachtverstrekking van de gerechtelijke instantie, waarin hij wordt aangeduid als emeritus-hoogleraar en waarin zijn privéadres wordt vermeld.

CWI-advies en voorlopig oordeel

7. De CWI volgt kort gezegd het standpunt van Betrokkene en overweegt dat deze als emeritus-hoogleraar al geruime tijd geen dienstverband meer heeft aan de universiteit en sindsdien ook geen onderzoek meer verricht. Volgens de CWI heeft Betrokkene zijn onderzoek klaarblijkelijk als privépersoon uitgevoerd en niet onder verantwoordelijkheid van of op gezag van de universiteit. De CWI adviseert het Bestuur daarom de klacht niet-ontvankelijk te verklaren.

8. Het Bestuur volgt dit advies op en verklaart de klacht niet-ontvankelijk.

Verzoek 

9. Verzoeker betoogt dat het deskundigenrapport van Betrokkene onder de reikwijdte van de gedragscode valt en dat zijn klacht over het deskundigenrapport daarom aan de gedragscode had moet worden getoetst. Hij noemt verschillende argumenten om dit te onderbouwen. Ook wijst hij op de redenen om een klacht niet-ontvankelijk te verklaren zoals die in artikel 4.5 van de universitaire klachtenregeling worden genoemd en stelt daarbij dat niet duidelijk is welke reden de CWI aan de niet-ontvankelijk verklaring ten grondslag heeft gelegd. Verzoeker meent verder dat de CWI hem ten onrechte niet heeft gehoord.

Beoordeling LOWI

Toepasselijkheid gedragscode 

10. De Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit 2018 gaat over wetenschappelijk onderzoek in den brede. Hieronder valt onder meer het optreden als inhoudelijk deskundige. Daarnaast is de gedragscode van toepassing op adviezen van onderzoekers. Gelet op deze brede reikwijdte van de gedragscode is het LOWI van oordeel dat de gedragscode van toepassing is op het deskundigenrapport in deze casus. Het LOWI betrekt daarbij ook de volgende omstandigheden.

11. Betrokkene heeft steeds gecommuniceerd vanuit zijn e-mailadres van de universiteit (waarmee ook de disclaimer en het KvK-nummer van de universiteit worden meegestuurd). Verder staat de hoogleraarstitel en affiliatie van Betrokkene met de universiteit op het deskundigenrapport vermeld en is Betrokkene op de website van de universiteit nog steeds vindbaar met vermelding van zijn leeropdracht. Het LOWI acht dit relevante omstandigheden die erop wijzen dat Betrokkene zich bij het opstellen van dit rapport als wetenschapper heeft gemanifesteerd. Daarbij is weliswaar steeds duidelijk gemaakt dat Betrokkene ‘emeritus’ is en al geruime tijd met emeritaat is, maar het LOWI duidt de vermelding van het emeritaat anders dan de CWI.

12. Volgens de CWI wijst deze toevoeging erop dat Betrokkene niet langer bij de universiteit werkzaam is. Ook al zou Verzoeker zijn afgegaan op het titelgebruik en e-mailadres van Betrokkene, volgens de CWI telt alleen dat Betrokkene feitelijk niet meer bij de universiteit werkt. Het LOWI volgt de CWI hier niet in. Voor personen buiten de academische gemeenschap zal niet vanzelfsprekend zijn dat emeritus-hoogleraren geen actieve wetenschapper meer zijn. Bovendien is dit feitelijk ook niet altijd het geval. Emeriti kunnen via een gastvrijheidsverklaring gebruik blijven maken van onderzoeksfaciliteiten en aldus wetenschappelijk onderzoek (in den brede) blijven verrichten.

13. De CWI heeft in haar advies ter onderbouwing van de niet-ontvankelijk verklaring ook nog gewezen op LOWI-advies 2024-23. Volgens de CWI is net als in die zaak ook in dit geval duidelijk sprake van een in privé uitgevoerd onderzoek waarvoor uitsluitend Betrokkene (en niet de universiteit) verantwoordelijk is. Het LOWI volgt de CWI hierin niet. Uit het onderzoeksrapport dat in zaak 2024-23 centraal stond, bleek duidelijk dat het onderzoek was uitgevoerd door een adviesbureau. In deze zaak blijkt uit het deskundigenrapport niet, althans niet duidelijk, dat Betrokkene het onderzoek verrichtte als privépersoon en/of als ondernemer in plaats van uit hoofde van
zijn (emeritus) hoogleraarschap.

14. Gelet op het voorgaande is het LOWI van oordeel dat de CWI de klacht inhoudelijk had moeten beoordelen. Op grond van artikel 14,
lid 1, van het Reglement LOWI 2022 zal het LOWI dat nu zelf doen.

Inhoudelijke beoordeling klacht

15. Het LOWI stelt bij de inhoudelijke beoordeling van de klacht voorop dat rekening moet worden gehouden met de aard van het deskundigenrapport. De normen uit de gedragscode zijn hierop slechts van toepassing voor zover dat in redelijkheid kan worden verlangd. In verband hiermee stelt het LOWI vast dat het deskundigenrapport slechts in beperkte mate wetenschappelijk onderzoek weergeeft en grotendeels een beoordeling betreft van het handelen van medische professionals aan de hand van daarvoor geldende professionele standaarden. Het LOWI is gelet hierop van oordeel dat verschillende normen uit de gedragscode die Verzoeker in stelling brengt (bijvoorbeeld over methodologie, opzet, omgang met data) niet toepasbaar zijn op een deskundigenrapport als dit.

16. Het LOWI leest de klacht verder als hoofdzakelijk een inhoudelijke kritiek op het deskundigenrapport. De gerechtelijke procedure is het aangewezen forum waar dit type kritiek thuishoort en waar Verzoeker deze kritiek ook heeft geuit zoals blijkt uit de 37 punten van kritiek die Verzoekers advocaat heeft geuit op het concept-rapport. De kritiek van Verzoeker hoort niet thuis in een klachtenprocedure wetenschappelijke integriteit. De klacht en het verzoek bevatten naar het oordeel van het LOWI onvoldoende aanknopingspunten voor een vermoeden van schending van (normen) van wetenschappelijke integriteit door Betrokkene. Ditzelfde geldt voor de klacht over de informatie over Betrokkene op de website van de universiteit.

17. Het LOWI zal het Bestuur daarom adviseren om de klacht onder verwijzing naar dit LOWI-advies ongegrond te verklaren.

18. Omdat het LOWI op basis van een lichte inhoudelijke toets al vaststelt dat de klacht ongegrond is, acht het LOWI een hoorzitting niet nodig.

ADVIES

Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit:

I.  verklaart het verzoek gegrond;

II. adviseert het Bestuur om de klacht onder verwijzing naar dit advies ongegrond in plaats van niet-ontvankelijk te verklaren.

Aldus vastgesteld op 30 maart 2026 door mr. E.J. Daalder, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.C. Zweistra, ambtelijk secretaris.