Categorieën
Advies

Advies 2025-15

Discours-analyse. Het artikel waarover wordt geklaagd is niet zodanig onzorgvuldig dat in strijd met normen uit de gedragscode is gehandeld. Discussie over kwaliteit van een artikel hoort niet in de klachtenprocedure thuis.

naar aanleiding van het verzoek van:

1. [Verzoeker 1]

2. [Verzoeker 2]

over het aanvankelijk oordeel van

3. het College van Bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam

Procesverloop

Op 23 januari 2025 hebben Verzoekers een klacht ingediend bij het College van Bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam (hierna: het Bestuur) over een mogelijke schending van wetenschappelijke integriteit door [Betrokkenen].

Het Bestuur heeft de klacht op diezelfde dag ter advisering doorgestuurd aan de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de Vrije Universiteit Amsterdam (hierna: CWI).

De CWI heeft het Bestuur op 20 mei 2025 geadviseerd de klacht ongegrond te verklaren.

Het Bestuur heeft dit advies overgenomen en heeft de klacht in het aanvankelijk oordeel van 6 juni 2025 ongegrond verklaard.

Verzoekers hebben het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (hierna: LOWI) op diezelfde datum verzocht advies uit te brengen over dit aanvankelijk oordeel.

Het LOWI heeft besloten het verzoek in behandeling te nemen.

Het Bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Verzoekers hebben hierop gereageerd.

Van de mogelijkheid om een laatste reactie in te dienen is door het Bestuur en door Betrokkenen geen gebruik gemaakt.

Het LOWI heeft de zaak besproken in zijn vergadering van 26 september 2025 en heeft besloten dat het zich voldoende geïnformeerd acht en dat het de zaak op de stukken zal behandelen.

Partijen zijn van deze beslissing om geen hoorzitting te houden op de hoogte gebracht.

Overwegingen

Inleiding

1. Betrokkenen zijn sociale wetenschappers. Zij hebben een artikel gepubliceerd over ‘science denial’ (een vorm van desinformatie) rond [een bepaald] onderwerp […].

2. De klacht van Verzoekers ziet op dit artikel.

3. Gelet op het theoretisch kader in het artikel wordt met ‘science denial’ gedoeld op een ‘fenomeen waarin zowel expliciete ontkenning als zijdelingse twijfel samenkomen’. In het artikel zijn verschillende online uitlatingen over het onderwerp geanalyseerd. Daarbij zitten ook uitlatingen van Verzoekers, die in het artikel niet bij name worden genoemd maar wel met de term ‘contrarian scientists’ worden aangeduid.

Klacht

4. Verzoekers klagen dat Betrokkenen niet over de benodigde kennis beschikken ten aanzien van het onderwerp in kwestie […]. Door dit gebrek aan kennis kunnen Betrokkenen volgens Verzoekers niet oordelen over vermeende desinformatie rondom dit onderwerp. Volgens Verzoekers is sprake van ongefundeerde en smadelijke uitspraken en wordt hen impliciet en zonder wetenschappelijke argumentatie verweten dat zij desinformatie zouden verspreiden. Betrokkenen zouden de kritische academische bijdragen van Verzoekers over dit onderwerp bewust hebben genegeerd door Verzoekers in het artikel niet bij hun eigen namen te noemen maar hen met ‘contrarian scientists’ aan te duiden. Verzoekers vinden het oneerlijk dat Betrokkenen de inhoudelijke argumentatie van Verzoekers niet benoemen of bespreken. Verzoekers betogen dat Betrokkenen met hun artikel verschillende principes en de normen 5, 6, 17, 18, 28, 34, 38 en 53 (zie hieronder) uit de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit 2018 (hierna: gedragscode) hebben geschonden. Verzoekers erkennen dat een wetenschappelijke discussie in het algemeen is toegestaan en zelfs gewenst is, maar menen dat dit niet is wat in het artikel van Betrokkenen gebeurt. Verzoekers stellen dat zij zonder kennis van zaken en zonder wetenschappelijke argumenten worden weggezet als ‘science denialists’ en dat dit een wetenschappelijke zonde is. Verzoekers merken ten slotte op dat zij voorafgaand aan de klacht contact hebben gezocht met één van de auteurs met het verzoek om een gesprek over het artikel te hebben, op welk verzoek niet is ingegaan.

5. De normen uit de gedragscode waarop Verzoekers zich beroepen, luiden als volgt:

5. Zorg voor een onderzoeksopzet waarmee de onderzoeksvraag beantwoord kan worden.

6. Geef een zorgvuldige methodologische onderbouwing.

17. Hanteer wetenschappelijke methoden.

18. Vermijd dat de keuze van de onderzoeksmethode, de data-analyse, de beoordeling van de resultaten en de weging van mogelijke verklaringen worden bepaald door buiten-wetenschappelijke belangen, argumenten of voorkeuren (bijvoorbeeld commerciële of politieke).

28. Aanvaard enkel taken die binnen de deskundigheid vallen.

34. Presenteer op zorgvuldige wijze bronnen, data en argumenten.

38. Wees expliciet over onzekerheden en contra-indicaties en trek geen ongefundeerde conclusies.

53. Wees eerlijk in publieke communicatie en helder over de beperkingen van het onderzoek en van de eigen expertise. Communiceer pas over onderzoeksresultaten aan het algemene publiek als er voldoende zekerheid over de resultaten bestaat.

CWI-advies en aanvankelijk oordeel

6. De CWI gaat er met Verzoekers vanuit dat in het artikel op hen wordt gedoeld met de term ‘contrarian scientists’. De CWI overweegt verder onder verwijzing naar LOWI-advies 2023-07 dat als uitgangspunt geldt dat een klachtenprocedure over wetenschappelijke integriteit niet moet worden gebruikt om een discussie over wetenschappelijke kwaliteit te voeren. Centraal in het betoog van Verzoekers staat volgens de CWI de stelling dat Betrokkenen niet beschikken over de vereiste inhoudelijke kennis om de publicaties van Verzoekers te kunnen beoordelen. Op basis van die stelling betogen Verzoekers dat een aantal principes en normen uit de gedragscode zijn geschonden. Deze stelling is een oordeel over de wetenschappelijke onderlegdheid van Betrokkenen en de wetenschappelijke kwaliteit van het door hen gepubliceerde artikel. Dit oordeel kan niet worden gebruikt om aan te tonen dat de in de gedragscode opgenomen normen zijn geschonden, aldus de CWI.

7. Het Bestuur heeft het CWI-advies overgenomen en de klacht ongegrond verklaard.

Verzoek

8. Verzoekers kunnen zich niet vinden in het oordeel dat hun bezwaren buiten de klachtenprocedure horen te blijven. Zij vallen over de passage in het CWI-advies waarin staat dat het oordeel van Verzoekers over de wetenschappelijke onderlegdheid van Betrokkenen en de wetenschappelijke kwaliteit van het door hen gepubliceerde artikel niet kan worden gebruikt om aan te tonen dat normen uit de gedragscode zijn geschonden. Volgens Verzoekers kan dit wel, omdat het volgens de gedragscode ontoelaatbaar is om over iets wetenschappelijks te publiceren als de deskundigheid daartoe ontbreekt. Betrokkenen hadden in het artikel niet mogen zeggen dat Verzoekers wetenschapsontkenners zijn. Dat had alleen gemogen als ze zelf kennis hadden ten aanzien van het onderliggende onderwerp, aldus Verzoekers.

Verweer Bestuur

9. Het Bestuur onderschrijft nog steeds het CWI-advies en stelt dat de door Betrokkenen gekozen bronnen en onderzoeksmethoden het resultaat zijn van wetenschappelijk onderbouwde keuzes. Dit mag bediscussieerd en bekritiseerd worden in het wetenschappelijk forum maar niet in een wetenschappelijke integriteitsprocedure, aldus het Bestuur.

Verweer Betrokkenen

10. Betrokkenen hebben gelet op de stukken die in het LOWI-dossier aanwezig zijn, geen aanleiding gezien om opnieuw (na de CWI-fase) een verweerschrift in te dienen. Wel hebben zij nog e-mails aan het dossier toegevoegd. Het gaat om twee e-mails van de redactie van het tijdschrift waarin hun artikel is gepubliceerd. In die e-mails (die zijn gericht aan Verzoeker 2) staat kort gezegd dat het hem vrij staat te reageren op het artikel van Betrokkenen en dat hij dat inmiddels ook heeft gedaan via een blogpost. Gelet op deze blogpost en omdat de reactie vooral op de persoon is gericht, ziet de redactie geen aanleiding om de reactie in het tijdschrift of op de website van het tijdschrift te plaatsen.

11. In het verweerschrift in de CWI-fase van de procedure hebben Betrokkenen aangegeven dat zij onderzoek doen naar mechanismen van ‘science denial’. Zij hebben die in een nieuwe context […] willen onderzoeken. Betrokkenen erkennen dat zij over [het onderliggende] onderwerp geen deskundigheid bezitten en dat hun artikel op [een bepaalde] aanname is gebaseerd. Zij onderzoeken als sociaal wetenschappers de tactieken die worden ingezet en of die overeenkomsten en verschillen vertonen met literatuur over ‘science denial’ in eerdere contexten. Het doel van het onderzoek was volgens Betrokkenen niet om mensen of organisaties aan te wijzen als ‘science deniers’, maar om te kijken hoe het debat wordt gestuurd en geframed door het gebruik van bepaalde argumenten. Ook lichten Betrokkenen toe dat zij in eerste instantie bereid waren tot een gesprek met Verzoekers over het artikel, maar dat zij hier later na overleg met hun leidinggevende vanaf hebben gezien, mede gelet op de toonzetting van Verzoekers.

Reactie Verzoekers

12. Verzoekers reageren dat de door Betrokkenen toegevoegde e-mails irrelevant zijn voor de bij het LOWI aanhangig gemaakte procedure. Verder weerspreken Verzoekers dat het in deze zaak draait om een wetenschappelijk dispuut. Zij benadrukken dat Betrokkenen in hun artikel poneren dat Verzoekers gekende feitenkwesties bewust ontkennen. Dit is volgens Verzoekers een zeer zware aantijging die Betrokkenen volgens de gedragscode alleen mogen doen als zij kennis van zaken hebben. Betrokkenen hebben die kennis niet en hebben geen idee van de inhoud van de bijdragen van Verzoekers en dienden er daarom als wetenschapper het zwijgen toe te doen. Volgens Verzoekers staat dat heel duidelijk in norm 28 van de gedragscode waarnaar zij in hun klacht onder meer hebben verwezen.

Oordeel LOWI

13. Het centrale bezwaar van Verzoekers in deze klachtenprocedure is dat zij in het artikel van Betrokkenen als wetenschapsontkenners worden neergezet, terwijl zij blijkens verschillende wetenschappelijke publicaties die in het artikel niet worden genoemd of besproken, beslist geen wetenschapsontkenners zijn maar juist bijdragen aan het wetenschappelijke debat. Verzoekers betogen dat Betrokkenen buiten hun deskundigheid zijn getreden en wijzen hiertoe onder meer op norm 28 uit de gedragscode: “aanvaard enkel taken die binnen de eigen deskundigheid vallen”.

14. Betrokkenen hebben als sociaal wetenschappers met hun artikel een discours in kaart willen brengen over een onderwerp waarover zij zelf inhoudelijk geen deskundigheid bezitten. Een dergelijke discours-analyse is naar het oordeel van het LOWI niet in strijd met norm 28 van de gedragscode. Het betoog van Verzoekers dat Betrokkenen in strijd met deze norm hebben gehandeld, is daarom niet juist.

15. Het LOWI heeft naar aanleiding van de kritiek van Verzoekers op het CWI-advies beoordeeld of Betrokkenen met hun artikel zodanig onzorgvuldig hebben gehandeld dat zij normen uit de gedragscode hebben geschonden of dat er inderdaad (slechts) sprake is van een discussie over de kwaliteit van het artikel van Betrokkenen. Over dit type discussie heeft de CWI terecht overwogen dat het niet in de klachtenprocedure wetenschappelijke integriteit thuishoort. Het LOWI overweegt als volgt.

16. Betrokkenen brengen met hun artikel verschillende stemmen in [een bepaald debat] in kaart, waaronder die van Verzoekers. Hoewel Verzoekers vallen over het anonimiseren van hun namen, acht het LOWI het standpunt van Betrokkenen hierover overtuigend en in hun voordeel spreken. Betrokkenen hebben met het anonimiseren van namen willen laten zien dat het hen niet om de door hen geselecteerde actoren gaat, maar om het type argumenten dat de actoren in het debat gebruiken. Betrokkenen hebben de namen van Verzoekers in de weergave van de resultaten geanonimiseerd met de term ‘contrarian scientists’. In de bespreking van de resultaten wordt onder meer aangegeven dat deze twee wetenschappers vaak worden genoemd en geciteerd door twijfelaars. Hiermee ontstaat meer afstand tussen de bijdragen van Verzoekers als wetenschappers aan het [debat in kwestie] en de kwalificatie van hen als twijfelaars. Overigens hoeft de term ‘twijfelaars’ in de context van wetenschap op zichzelf genomen niet grievend te zijn. Het LOWI ziet wel dat Betrokkenen meer zorgvuldigheid hadden kunnen betrachten door een duidelijker conceptueel kader en een stevigere methodologische onderbouwing te hanteren. Maar naar het oordeel van het LOWI zijn Betrokkenen niet over de in het kader van deze klachtenprocedure relevante ondergrens van zorgvuldigheid gegaan. Daarom past het LOWI hier verder geen oordeel. Discussies over de kwaliteit van een wetenschappelijk artikel horen thuis in het wetenschappelijk forum en niet in een klachtenprocedure wegens vermeende schending van de wetenschappelijke integriteit. Gelet op het voorgaande, onderschrijft het LOWI het CWI-advies.

17. Het verzoek is ongegrond.

ADVIES

Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit:

I.  verklaart het verzoek ongegrond;

II. adviseert het bestuur om de klacht van Verzoekers definitief ongegrond te verklaren.

Aldus vastgesteld op 27 november 2025 door prof. mr. H.E. Bröring, plaatsvervangend voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.C. Zweistra, ambtelijk secretaris.