Categorieën
Besluit

Besluit 2026-05

Verzoekschrift is (drie maanden) te laat ingediend en is daarom niet-ontvankelijk. Voor verzoeker wordt geen uitzondering gemaakt.

naar aanleiding van het verzoek van:

1. [Verzoeker]

over het definitieve oordeel van

2. het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht

Procesverloop

Op 6 augustus 2025 heeft Verzoeker een klacht ingediend bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de Universiteit Utrecht (hierna: CWI) over een mogelijke schending van wetenschappelijke integriteit door [Betrokkene].

De CWI heeft het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht (hierna: het Bestuur) op 3 november 2025 over de klacht geadviseerd.

Het Bestuur heeft op 14 november 2025 een voorlopig oordeel over de klacht vastgesteld.

Verzoeker heeft niet tijdig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het LOWI om advies te vragen.

Op 9 januari 2026 heeft het Bestuur een definitief oordeel over de klacht vastgesteld.

Verzoeker heeft zich op 20 maart 2026 alsnog tot het LOWI gericht met het verzoek om advies.

Het LOWI heeft dit verzoek in zijn vergadering van 25 maart 2026 besproken. In die vergadering is besloten het verzoek niet in behandeling te nemen. De toelichting voor deze beslissing staat hieronder.

Overwegingen

1. Verzoeker is promovendus en bevindt zich in de afrondende fase van zijn promotieonderzoek. Zijn klacht over mogelijke schending van de wetenschappelijke integriteit was gericht tegen zijn copromotor.

2. Verzoeker is het niet eens met het oordeel van het Bestuur over zijn klacht. Dit oordeel ‘doet naar mijn stellige overtuiging onvoldoende recht aan de ernst en de structurele aard van deze integriteitsschendingen’, zo staat in het verzoekschrift. Verzoeker is zich ervan bewust dat hij te laat is met zijn adviesverzoek aan het LOWI. Toch vindt hij dat het LOWI zijn verzoek in behandeling moet nemen en voert daarvoor de volgende argumenten aan.

  • Volgens Verzoeker had hij met zijn promotor afgesproken dat Betrokkene hem niet langer zou begeleiden. Deze afspraak was een belangrijke reden voor Verzoeker om de afwikkeling van zijn wetenschappelijke integriteitsklacht te laten rusten. Deze afspraak is echter geschonden, zo stelt verzoeker, zodat Verzoeker zich alsnog tot het LOWI wil richten.
  • Verzoeker vreest dat het Bestuur niet onafhankelijk en onpartijdig over zijn klacht heeft beslist. Hij wijst erop dat Betrokkene vlak voor de klachtenprocedure samen met de rector magnificus heeft gesproken op een conferentie. Ook voert hij aan dat er aantoonbaar contact is geweest tussen de decaan en de rector magnificus over Verzoekers klacht.
  • Verzoeker voert tot slot aan dat de gang van zaken een zware wissel op zijn mentale gezondheid heeft getrokken, waardoor hij niet goed in staat was om de termijn te bewaken. In dit verband wijst Verzoeker op vertraging in de procedure, op een gevoel van sociale onveiligheid en op gebrekkige ondersteuning die hij vanuit de universiteit heeft ervaren tijdens zijn ziekteproces.

3. Het staat vast dat Verzoeker zijn verzoek drie maanden te laat heeft ingediend en dat zijn verzoek daarom in beginsel niet inhoudelijk behandeld kan worden. Een belangrijke reden hiervoor is dat Betrokkene, tegen wie de klacht was gericht, ervan uit moet kunnen gaan dat de procedure met het vaststellen van een definitief oordeel en het verstrijken van de termijn voor het indienen van een verzoek bij het LOWI (zes weken) tot een einde is gekomen.

4. Artikel 8, lid 4, van het Reglement LOWI 2022 bepaalt dat niet-ontvankelijkverklaring in geval van termijnoverschrijding alleen achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat Verzoeker in verzuim is geweest. Op deze uitzonderingsgrond beroept Verzoeker zich.

5. Verzoekers eerste argument om zijn verzoek ondanks de termijnoverschrijding inhoudelijk te behandelen, is dat hij met zijn promotor had afgesproken dat Betrokkene niet langer zijn copromotor zou zijn. Verzoeker heeft deze stelling niet met bewijsmiddelen onderbouwd. Bij het verzoekschrift zijn e-mails gevoegd van 24 januari 2026 en van 13 maart 2026, waaruit blijkt dat Betrokkene copromotor blijft op een voor Verzoeker zo min mogelijk belastende manier. Zo zal de feedback via de twee andere begeleiders worden gegeven en zal Betrokkene niet bij de promotie aanwezig zijn. Deze e-mails tonen weliswaar aan dat Betrokkene als copromotor aanblijft, maar tonen niet aan dat hiermee een eerder gemaakte afspraak zou zijn geschonden zoals Verzoeker stelt. Reeds hierom ziet het LOWI in het voortduren van het copromotorschap van Betrokkene geen goede reden om een uitzondering op de hoofdregel te maken dat een te laat ingediend verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. Ook wanneer de afspraak zou zijn geschonden, rechtvaardigt dat overigens op zichzelf nog geen uitzondering op de hoofdregel van niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding.

6. Dat Betrokkene en de rector magnificus samen op een conferentie hebben gesproken en dat de rector de decaan heeft ingelicht over het bestaan van Verzoekers klacht, zijn naar het oordeel van het LOWI evenmin redenen om een uitzondering op de hoofdregel te maken. Beide gebeurtenissen waren Verzoeker immers bekend of hadden hem bekend kunnen zijn gedurende de zes weken in november en december 2025 waarin Verzoeker de gelegenheid had om advies aan het LOWI te vragen.

7. Verzoeker geeft aan dat de klachtenprocedure grote impact heeft gehad op zijn mentale gezondheid en dat hij daarom niet goed in staat was om de termijn te bewaken. Het LOWI onderkent dat een klachtenprocedure veel impact heeft. Toch is dit voor het LOWI geen goede reden om een uitzondering te maken, aangezien Verzoeker niet met bewijsmiddelen heeft onderbouwd dat de impact op zijn mentale gezondheid zo groot was dat hij niet in staat was om de termijn te bewaken en het dossier evenmin aanknopingspunten voor zijn stelling biedt. Daarbij weegt het LOWI mee dat een klachtenprocedure niet alleen impact heeft op klagers, maar ook op wetenschappers tegen wie een wetenschappelijke integriteitsklacht wordt ingediend. De impact van de integriteitsprocedure vormt voor het LOWI daarom geen goede reden om het verzoek ondanks de termijnoverschrijding toch in behandeling te nemen.

8. De conclusie is dat er voor Verzoeker geen uitzondering wordt gemaakt en dat zijn te laat ingediende verzoekschrift buiten behandeling wordt gelaten. Het verzoek is niet-ontvankelijk en het LOWI brengt geen advies uit aan het Bestuur. Deze beslissing zal ter informatie wel aan het Bestuur (en aan Betrokkene) worden toegezonden.

BESLUIT

Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit:

I.  verklaart het verzoek niet-ontvankelijk;

II. brengt daarom geen advies uit aan het Bestuur.

Aldus vastgesteld op 8 april 2026 door mr. E.J. Daalder, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.C. Zweistra, ambtelijk secretaris.