Categorieën
Besluit

Besluit 2026-08

Verzoek is (een maand) te laat ingediend en is daarom niet-ontvankelijk. Voor verzoeker wordt geen uitzondering gemaakt.

naar aanleiding van het verzoek van:

1. [Verzoeker]

over het definitieve oordeel van

2. het College van Bestuur van de Radboud Universiteit

Procesverloop

Op 25 juni 2025 heeft de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de Radboud Universiteit (hierna: CWI) een klacht ontvangen over schending van de wetenschappelijke integriteit door Verzoeker in een wetenschappelijk artikel.

De CWI oordeelt dat Verzoeker de wetenschappelijke integriteit heeft geschonden en adviseert het College van Bestuur van de Radboud Universiteit (hierna: Bestuur) om de klacht gegrond te verklaren en om het tijdschrift waarin het betreffende artikel was gepubliceerd te informeren over de gepleegde fraude. De CWI geeft het Bestuur verder onder meer in overweging om vervolgonderzoek te laten doen naar overige publicaties van Verzoeker.

Het Bestuur volgt het CWI-advies op en verklaart de klacht op 12 januari 2026 gegrond.

Omdat het LOWI niet binnen de daarvoor geldende termijn van zes weken (en dus uiterlijk 22 februari 2026) om advies is gevraagd, is het oordeel definitief vastgesteld.

Het Bestuur heeft deze casus vervolgens op de website van Universiteiten van Nederland gepubliceerd, heeft het tijdschrift en de co-auteurs van het artikel geïnformeerd en heeft contact opgenomen met de CWI over vervolgonderzoek naar publicaties van Verzoeker.

Op 26 maart 2026 heeft Verzoeker zich alsnog tot het LOWI gewend met een verzoek om advisering.

Het LOWI heeft het Bestuur op 9 april 2026 geïnformeerd over het ontvangen verzoek.

Het Bestuur heeft hier op 14 april 2026 op gereageerd.

Het LOWI heeft het verzoek in zijn vergadering van 22 april 2026 besproken. In die vergadering is besloten het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. De toelichting voor deze beslissing staat hieronder.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft zich ruim een maand te laat gericht tot het LOWI met een verzoek om advisering. Omdat het verzoek niet binnen de daarvoor geldende termijn (uiterlijk 22 februari 2026) is ingediend, kan het in beginsel niet in behandeling worden genomen.

2. Artikel 8, lid 4, van het Reglement LOWI 2022 bepaalt dat
niet-ontvankelijkverklaring in geval van termijnoverschrijding alleen achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat Verzoeker in verzuim is geweest. Het LOWI zal daarom beoordelen of deze uitzondering hier aan de orde is.

3. Verzoeker realiseert zich dat de termijn om het LOWI om advies te vragen is verstreken, maar verlangt toch een advies omdat de conclusie ‘fraude’ zowel professioneel als persoonlijk zeer verstrekkende gevolgen heeft en omdat de conclusie mogelijk kan leiden tot openbaarmaking van Verzoekers naam in relatie tot deze kwestie. Daarbij geeft Verzoeker aan dat hij het LOWI niet eerder om advies heeft verzocht, omdat hij de correspondentie over het afronden van het onderzoek en eventuele vervolgstappen en termijnen heeft gemist. Verzoeker stelt zijn verantwoordelijkheid in deze niet te willen ontkennen, maar geeft aan dat hij in die periode mentaal niet in staat was om zijn mailbox en administratie op een goede manier bij te houden en dat hij daar inmiddels professionele hulp voor heeft ingeschakeld. Verzoeker geeft te kennen dat hij zich door diezelfde mentale toestand destijds in de CWI-fase niet adequaat en constructief heeft verdedigd. Ook meent Verzoeker dat hij mogelijk te naïef heeft gedacht dat vanzelf duidelijk zou worden dat geen sprake is van fraude zodra alle informatie op tafel lag. Verzoeker herhaalt nadrukkelijk en ondubbelzinnig: “ik heb nooit, maar dan ook echt nooit, data gefabriceerd of gemanipuleerd, en ik zou dit ook nooit doen.”

4. Het LOWI heeft het Bestuur geïnformeerd over het ontvangen verzoekschrift. In datzelfde bericht heeft het LOWI bij het Bestuur geïnformeerd of het ondanks de termijnoverschrijding en gelet op de gevolgen van het CWI-advies toch prijs stelt op een advies. Het LOWI heeft daarbij ook aangegeven dat hij het antwoord van het Bestuur zal betrekken bij zijn oordeel over de ontvankelijkheid van het verzoek.

5. Het Bestuur heeft in reactie hierop aangegeven dat het geen behoefte heeft aan een advies van het LOWI over deze kwestie. Ook geeft het Bestuur aan dat Verzoeker tussen half december 2025 en half februari 2026 op vier verschillende momenten het (concept) advies heeft ontvangen. Ten tijde van het bericht van half februari was de termijn om een verzoek bij het LOWI in te dienen nog niet verstreken en Verzoeker is daar toen nogmaals expliciet op gewezen, aldus het Bestuur in reactie aan het LOWI.

6. Het LOWI is van oordeel dat de uitzondering in artikel 8, lid 4, van het Reglement LOWI 2022 niet aan de orde is en dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dat Verzoeker, zoals hij stelt, in een verslechterde mentale toestand verkeerde waardoor hij de communicatie volledig heeft gemist, dient voor eigen rekening van Verzoeker te blijven. Het LOWI begrijpt dat het definitieve oordeel verstrekkende gevolgen kan hebben voor Verzoeker en dat hij in zoverre belang heeft bij een onafhankelijk en extern tweede advies. Maar Verzoeker is niet de enige wiens belang bij deze procedure is betrokken. In dat verband overweegt het LOWI dat klagers vanuit een oogpunt van rechtszekerheid ervan uit moet kunnen gaan dat de procedure tot een einde is gekomen met het vaststellen én publiceren van het definitieve oordeel. Het LOWI betrekt hierbij ook dat het Bestuur zich aantoonbaar heeft ingespannen om proactief en meermaals te communiceren met Verzoeker over de voorlopige uitkomsten van het onderzoek en over zijn mogelijkheden om zich tot het LOWI te richten. Meer dan dat had het Bestuur niet kunnen doen. Nu het Bestuur heeft aangegeven geen behoefte te hebben aan een advies van het LOWI, ziet het LOWI ook in zoverre geen reden om een uitzondering te maken op de hoofdregel dat een verzoek dat te laat is ingediend niet-ontvankelijk wordt verklaard.

7. De conclusie is dat er voor Verzoeker geen uitzondering wordt gemaakt en dat zijn te laat ingediende verzoekschrift buiten behandeling wordt gelaten. Het verzoek is niet-ontvankelijk en het LOWI brengt geen advies uit aan het Bestuur. Deze beslissing zal ter informatie wel aan het Bestuur worden toegezonden.

BESLUIT

Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit:

I.  verklaart het verzoek niet-ontvankelijk;

II. brengt daarom geen advies uit aan het Bestuur.

Aldus vastgesteld op 30 april 2026 door mr. E.J. Daalder, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.C. Zweistra, ambtelijk secretaris.