Categorieën
Advies

Advies 2026-10

Doorsturen van e-mail valt niet onder reikwijdte van de gedragscode. Het is voldoende duidelijk dat Betrokkene niet als wetenschapper maar als privé-persoon heeft gehandeld.

naar aanleiding van het verzoek van:

1. [Verzoeker]

over het aanvankelijk oordeel van

2. het College van Bestuur van de [Universiteit]

Procesverloop

Op 9 april 2026 heeft Verzoeker een klacht ingediend bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de [Universiteit] (hierna: CWI) over een mogelijke schending van wetenschappelijke integriteit door [Betrokkene].

De CWI heeft het College van Bestuur van de [Universiteit] (hierna: het Bestuur) op 16 april 2026 geadviseerd de klacht niet in behandeling te nemen.

Het Bestuur heeft het advies van de CWI overgenomen en heeft besloten de klacht van Verzoeker in het aanvankelijk oordeel van 30 april 2026 niet nader te onderzoeken.

Verzoeker heeft het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (hierna: LOWI) op 1 mei 2026 verzocht advies uit te brengen over dit aanvankelijk oordeel.

Prof. dr. S.J.L. Smets heeft zich in deze zaak verschoond.

Het LOWI heeft in zijn vergadering van 27 mei 2026 besloten het verzoek in behandeling te nemen en direct tot advisering over te gaan. Hieronder wordt toegelicht waarom.

Overwegingen

1. Betrokkene is UD en combineert dit werk met andere werkzaamheden buiten de universiteit.

2. Verzoeker heeft een wetenschappelijke integriteitsklacht ingediend over Betrokkene. Zijn klacht gaat over het doorsturen van een e-mail.

3. Onder de e-mail staat:
[naam Betrokkene]
Researcher | [naam onderzoeksinstituut]
[telefoonnummer]

4. Verzoeker schrijft dat zijn klacht betreft het gebruik door Betrokkene van zijn universitaire functie, zijn universitaire telefoonnummer en zijn academische autoriteit in een zaak waarin hij geen partij was.

5. De CWI overweegt in diens advies aan het Bestuur dat de klacht betrekking heeft op het optreden van Betrokkene die, naast zijn functie als docent bij de universiteit, ook een andere, buiten-universitaire functie heeft. De gedragingen waarover Verzoeker klaagt kunnen volgens de CWI niet worden gerekend tot ‘wetenschapsbeoefening’ in de zin van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit 2018 (hierna: gedragscode), ook niet als het begrip ruim wordt uitgelegd. Daartoe verwijst de CWI naar LOWI-zaak 2023-16. De CWI ziet in de gedragingen waarover wordt geklaagd geen relatie met wetenschapsbeoefening.

6. Het Bestuur heeft het CWI-advies overgenomen en heeft besloten dat de klacht niet nader wordt onderzocht.

7. Verzoeker vraagt het LOWI om te beoordelen of de universiteit de gedragscode juist heeft toegepast.

8. Het LOWI overweegt dat het doorsturen van de e-mail(s) niet valt onder wetenschapsbeoefening zoals bedoeld in de destijds geldende gedragscode op het gebied van wetenschappelijke integriteit. Evenmin heeft Betrokkene zich zodanig als wetenschapper gepresenteerd dat de normen uit die gedragscode van toepassing zouden moeten worden geacht. Zo heeft Betrokkene onder het e-mailbericht zijn titels niet gebruikt en wordt ook de naam van de universiteit niet genoemd. Daarmee is voldoende duidelijk dat Betrokkene niet als wetenschapper maar als privé-persoon heeft gehandeld. Van ‘professioneel of academisch’ handelen, zoals Verzoeker schrijft, is dan ook geen sprake. Reeds hierom is het voorlopig oordeel juist dat de klacht niet inhoudelijk in behandeling moet worden genomen.

ADVIES

Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit:

1.  verklaart het verzoek kennelijk ongegrond;

2.  adviseert het College van Bestuur om de klacht definitief niet-ontvankelijk te verklaren.

Aldus vastgesteld op 28 mei 2026 door mr. E.J. Daalder, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.C. Zweistra, ambtelijk secretaris.