naar aanleiding van het verzoek van:
1. [Verzoeker]
over het aanvankelijk oordeel van
2. de Raad van Bestuur van het Erasmus MC
Procesverloop
Op 18 april 2025 heeft Verzoeker een klacht ingediend bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van het Erasmus MC (hierna: CWI) over een mogelijke schending van wetenschappelijke integriteit door [Betrokkene].
De CWI heeft de Raad van Bestuur van het Erasmus MC (hierna: het Bestuur) in mei 2025 (de exacte datum ontbreekt op het CWI-advies) geadviseerd de klacht niet inhoudelijk in behandeling te nemen.
Het Bestuur heeft het advies van de CWI overgenomen en heeft in het aanvankelijk oordeel van 22 mei 2025 besloten de klacht niet nader in behandeling te nemen.
Verzoeker heeft het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (hierna: LOWI) op 26 juni 2025 verzocht advies uit te brengen over dit aanvankelijk oordeel.
Het LOWI heeft het verzoek in behandeling genomen.
Het Bestuur en Betrokkene hebben een verweerschrift ingediend
Verzoeker heeft gereageerd op de verweerschriften.
Het Bestuur en Betrokkene hebben allebei een laatste reactie ingediend.
Het LOWI heeft in zijn vergadering van 15 oktober 2025 besloten dat het onvoldoende geïnformeerd was om tot advisering over te gaan en dat daarom een hoorzitting noodzakelijk was. Het LOWI heeft hierbij ook betrokken dat partijen in de fase bij de CWI niet zijn gehoord.
Deze hoorzitting vond plaats op 14 november 2025.
Overwegingen
Inleiding
1. Betrokkene is hoogleraar en arts […]. Verzoeker is een bezorgde burger en werkzaam in [een bepaalde industrie].
2. Verzoeker heeft een klacht ingediend over uitlatingen van Betrokkene over de gezondheidseffecten van [een bepaald type ruimtelijke ontwikkeling]. Het gaat om uitlatingen die Betrokkene heeft gedaan in de context van inspraak bij gemeentelijke besluitvorming over de locatie voor [een ruimtelijke ontwikkeling] in zijn woonomgeving. Daarnaast gaat het om uitlatingen die Betrokkene in landelijke media heeft gedaan.
Klacht
3. Verzoeker klaagt dat Betrokkene in verschillende uitlatingen de stelling poneert dat geluidseffecten van [een bepaald type ruimtelijke ontwikkeling] schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen, terwijl dit indruist tegen de wetenschappelijke consensus hierover. Volgens Verzoeker maakt Betrokkene misbruik van zijn positie en draagt hij met zijn uitlatingen bij aan het zogenoemde nocebo-effect waarmee hij doelt op het psychologische verschijnsel dat mensen door negatieve verwachtingen daadwerkelijk negatieve gezondheidseffecten kunnen ervaren.
4. Verzoeker bespreekt in zijn klacht vijf uitlatingen van Betrokkene. Het gaat hierbij om een stuk dat Betrokkene heeft geschreven en dat in het LOWI-dossier [bijlage x] wordt genoemd. Het stuk is een bijlage bij een advies van een werkgroep (klankbordgroep) van bewoners rondom […] een locatie in de woonomgeving van Betrokkene die in beeld is of was voor de ontwikkeling van [een bepaald type ruimtelijke ontwikkeling]. Het advies van de werkgroep inclusief de bijlage die Betrokkene heeft geschreven is aan de raadsleden van de gemeente verstuurd. In deze bijlage bespreekt Betrokkene onder meer wetenschappelijke literatuur over gezondheidseffecten van [een bepaald type ruimtelijke ontwikkeling]. De tweede uitlating waar Verzoeker over klaagt ziet op hetgeen Betrokkene mondeling tijdens een inspraaksessie voorafgaande aan een vergadering van de gemeenteraad naar voren heeft gebracht. Van deze inspraak is verslag gedaan en dit stuk wordt in het dossier het [verslag y] genoemd. De overige drie uitlatingen waarover Verzoeker klaagt zijn uitlatingen in de landelijke media. […].
CWI-advies en voorlopig oordeel
5. De CWI komt op grond van een eerste beoordeling van de klacht tot de conclusie dat deze niet tot het oordeel kan leiden dat het handelen van Betrokkene een schending van de wetenschappelijke integriteit betreft. De CWI overweegt dat de klacht ziet op uitspraken die door Betrokkene zijn gedaan in het publieke debat rond een eventuele ruimtelijke ontwikkeling in de woonomgeving van Betrokkene. Volgens de CWI heeft Betrokkene deze uitspraken gedaan als burger en belanghebbende. Hoewel niet alle uitlatingen even handig en zorgvuldig waren en Betrokkene zelfs een enkele keer heeft verwezen naar zijn functie van hoogleraar bij het Erasmus MC (iets dat door zijn […] bekendheid als genoeglijk bekend wordt verondersteld), is de CWI van mening dat het in alle uitingen waarover Verzoeker klaagt voldoende duidelijk was dan wel kon zijn dat Betrokkene handelde en sprak op persoonlijke titel. Dat geldt volgens de CWI ook voor het stuk [bijlage x] en het [verslag y]. Over eerstgenoemd stuk merkt de CWI verder op dat Betrokkene een voorbehoud maakt ten aanzien van het wetenschappelijk bewijs, nu hij daarin stelt: “Zolang een sterk vermoeden van negatieve gevolgen voor de mens (nog) niet overtuigend wetenschappelijk bewezen is, betekent dit niet dat er onvoldoende gronden zijn om het voorzorgsbeginsel toe te passen.”
6. Het Bestuur neemt het CWI-advies over en besluit de klacht inhoudelijk niet nader in behandeling te nemen.
Verzoek
7. Verzoeker kan zich niet vinden in de overweging van de CWI dat Betrokkene zijn uitspraken heeft gedaan als burger en belanghebbende en dat daarmee de wetenschappelijke integriteit niet is geschonden. Verzoeker stelt dat de uitlatingen van Betrokkene onder de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018 (hierna: gedragscode) vallen, omdat Betrokkene zijn stuk [bijlage x] heeft ondertekend met ‘professor dr.’ en omdat hij daarin gebruik maakt van wetenschappelijke rapporten. Verzoeker stelt ook dat Betrokkene zich in het [verslag y] als wetenschapper en arts presenteert. In de hoorzitting bij het LOWI heeft Verzoeker verder naar voren gebracht dat het publiek geen onderscheid maakt tussen persoonlijke en wetenschappelijke opvattingen van Betrokkene. Het gaat met de uitlatingen van Betrokkene immers om gezondheid en dat is het professionele domein van Betrokkene. In het belang van de wetenschap, aldus nog steeds Verzoeker tijdens de hoorzitting bij het LOWI, mag Betrokkene geen persoonlijke (wetenschappelijk omhulde) uitspraken doen.
Standpunt Bestuur
8. In zijn verweerschrift stelt het Bestuur dat de toepasselijkheid van de gedragscode niet wordt betwist. Tijdens de hoorzitting bij het LOWI heeft het Bestuur bevestigd dat de gedragscode volgens hem van toepassing is op de uitlatingen van Betrokkene. Het Bestuur heeft daarbij wel twee kanttekeningen gemaakt. De eerste kanttekening is dat Betrokkene in zijn uitlatingen richting de gemeente steeds duidelijk heeft gemaakt dat hij zowel arts en wetenschapper als belanghebbende burger is en dat hij steeds open en eerlijk was over zijn expertise, waarmee aan de normen in de gedragscode (over communicatie) is voldaan. De tweede kanttekening is dat het in deze zaak niet gaat om reguliere wetenschappelijke publicaties en dat daarmee rekening moet worden gehouden bij toetsing aan de gedragscode, aldus het Bestuur. Over de inhoud van [bijlage x] stelt het Bestuur zich op het standpunt dat de uitleg die Betrokkene daarin geeft van het artikel dat in het LOWI-dossier wordt aangeduid als [artikel z] overeenkomt met wat er in dat artikel staat. Verder brengt het Bestuur naar voren dat Betrokkene net als iedere andere burger in Nederland gebruik moet kunnen maken van de mogelijkheid om deel te nemen aan het publieke debat als daar aanleiding toe is, zoals in dit geval [een eventuele ruimtelijke ontwikkeling] in zijn woonomgeving. Het Bestuur wijst erop dat Verzoeker in november 2024 ook al een medische tuchtklacht tegen Betrokkene had ingediend met nagenoeg dezelfde inhoud als de klacht in onderhavige procedure. De tuchtklacht is niet-ontvankelijk verklaard, omdat het handelen waarover werd geklaagd niet onder de reikwijdte van het medisch tuchtrecht valt. Volgens het Bestuur lijkt het erop dat Verzoeker met deze procedures wil tegengaan dat Betrokkene zich […] mengt in het publieke debat over een ruimtelijke ontwikkeling. Dat mag volgens het Bestuur niet de aanleiding zijn voor het voeren van dit soort procedures.
Standpunt Betrokkene
9. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat hij gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid die hem als burger werd geboden om mee te denken over de mogelijke plaatsing van [een ruimtelijke ontwikkeling] nabij zijn huis. Volgens Betrokkene heeft hij daarbij – kort samengevat – naar voren gebracht dat hij duurzaamheid een belangrijk onderwerp vindt, maar dat er ook onzekerheid is over mogelijke gezondheidsklachten en dat hij om die reden heeft aangedrongen op voorzichtigheid en op het doen van verder onderzoek. Ter zitting heeft Betrokkene aangegeven dat hij nooit de intentie heeft gehad om zaken mooier of anders voor te stellen, maar dat hij juist open en eerlijk wil zijn en twijfels in kaart wil brengen. Hij had achteraf gezien beter op zijn woorden kunnen letten en minder scherp moeten aanzetten, aldus Betrokkene in gesprek met het LOWI tijdens de hoorzitting, maar dat is misschien ook de emotie geweest die er in deze periode was. Betrokkene heeft tijdens de zitting ook aangegeven – en dit is voor hem een belangrijk punt – dat hij vreest dat hem de mond wordt gesnoerd en dat hij niets meer mag zeggen omdat hij wetenschapper is die ook nog eens […] bekendheid geniet. Verder heeft Betrokkene tijdens de hoorzitting naar Verzoeker uitgesproken dat hij het jammer vindt dat deze geen contact met hem heeft gezocht over deze kwestie om met elkaar te discussiëren. Verzoeker heeft daarop gereageerd dat het zijns inziens op de weg van het Bestuur had gelegen om partijen bij elkaar te brengen.
Oordeel LOWI
10. Tussen partijen is niet (langer) in geschil dat de gedragscode van toepassing is. Ook het LOWI stelt vast dat dit het geval is. Betrokkene heeft het stuk [bijlage x], dat hij zelf heeft geschreven, ondertekend met zijn academische titel en graad. Ook in andere uitingen waarover wordt geklaagd, heeft Betrokkene zich naar het oordeel van het LOWI uitdrukkelijk als wetenschapper gemanifesteerd en in ieder geval onvoldoende duidelijk gemaakt dat hij uitsluitend op persoonlijke titel zou spreken en niet als hoogleraar met een medische expertise. Het LOWI zal daarom de uitlatingen van Betrokkene, anders dan de CWI heeft gedaan, toetsen aan de gedragscode. Daarbij zal rekening worden gehouden met de aard van de gedragingen waarover wordt geklaagd, te weten uitlatingen in de context van een lokaal politiek besluitvormingsproces en uitlatingen in het publieke (landelijke) debat.
11. Tijdens de hoorzitting heeft het LOWI met partijen normen 49 (beoordeling en peer review), 53 en 54 (communicatie) van de gedragscode besproken. Deze normen luiden als volgt:
49. Beoordeel niet als twijfel kan rijzen over de eigen onafhankelijkheid, bijvoorbeeld vanwege mogelijke zakelijke of financiële belangen.
53. Wees eerlijk in publieke communicatie en helder over de beperkingen van het onderzoek en van de eigen expertise. Communiceer pas over onderzoeksresultaten aan het algemene publiek als er voldoende zekerheid over de resultaten bestaat.
54. Wees bij deelname aan het publieke debat open en eerlijk over de rol waarin die deelname plaatsvindt en over de aard en status van die deelname.
12. Bij de toetsing van de uitlatingen waarover Verzoeker heeft geklaagd aan deze normen, legt het LOWI het zwaartepunt bij het document [bijlage x].
13. Verzoeker klaagt over de wijze waarop Betrokkene in dit stuk een overzichtsartikel [artikel z] gebruikt. Volgens Verzoeker doet Betrokkene aan cherry picking omdat hij specifieke stukken uit dit overzichtsartikel haalt die verderop in dat artikel worden genuanceerd, zonder dat die nuances voldoende terugkomen in het stuk van Betrokkene.
14. Het LOWI volgt Verzoeker in dit standpunt. Tijdens de hoorzitting is gesproken over de volgorde van de argumentatie die Betrokkene in zijn stuk hanteert. [Bijlage x] begint bij wijze van samenvatting van [artikel z] met de constatering dat er een lineair verband bestaat tussen [specifieke kenmerken van een ruimtelijke ontwikkeling] en de prevalentie van slaapstoornissen. Onder de figuur die dan volgt, wordt de stand van zaken in de wetenschappelijke literatuur geschetst, waarbij Betrokkene erop wijst dat veel onzeker is en dat onderzoek naar slaapstoornissen ingewikkeld is omdat slaapstoornissen multifactorieel zijn en omdat er een grote groep mensen is die sowieso al slecht slaapt. Betrokkene uit op dit punt in zijn argumentatie aangekomen stevige kritiek op onderzoek van het NIVEL en pleit voor verder onderzoek naar dit onderwerp aan gerenommeerde universiteiten (niet het RIVM) en voor terughoudendheid bij [dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen]. Betrokkene heeft tijdens de hoorzitting naar voren gebracht dat zijn kritiek op de huidige stand van zaken van het wetenschappelijk onderzoek ook slaat op [artikel z] waaruit Betrokkene het lineaire verband tussen kort gezegd [de ruimtelijke ontwikkeling] en de prevalentie van slaapstoornissen naar voren haalt. Het LOWI overweegt dat dit door de opzet en de volgorde van het betoog onvoldoende uit de tekst naar voren komt. Ook de nuances en voorbehouden die in [artikel z] zelf worden benoemd, komen onvoldoende terug in de weergave van het artikel door Betrokkene. Gelet op het voorgaande kan [bijlage x] slordig worden genoemd. Het LOWI is van oordeel dat Betrokkene met de tekst in [bijlage x] norm 53 (wees eerlijk in publieke communicatie over de beperkingen van onderzoek (…)) onvoldoende heeft nageleefd. Verder is het LOWI van oordeel dat Betrokkene norm 49 onvoldoende heeft nageleefd. Uit de hoorzitting is gebleken dat Betrokkene zijn uitlatingen in de context van de lokale politiek niet op eigen initiatief heeft gedaan, maar omdat hij hiervoor door de lokale gemeenschap is gevraagd. Door op deze vraag in te gaan en hieraan invulling te geven zoals Betrokkene heeft gedaan, heeft Betrokkene onvoldoende beseft dat hij het wetenschappelijke onderzoek […] aan het beoordelen was terwijl hij hierbij een persoonlijk (want, gelet op mogelijk minder waard worden van zijn woning, financieel) belang had zodat twijfel kon rijzen over zijn onafhankelijkheid.
15. Naar het oordeel van het LOWI dient het onvoldoende naleven van normen 49 en 53 te worden gekwalificeerd als lichte tekortkoming (minst ernstige kwalificatie) en niet zwaarder dan dat. Hierbij betrekt het LOWI dat, gelet op het gesprek ter zitting, niet is gebleken van opzet maar eerder van naïviteit en slordigheid bij Betrokkene waarop hij serieus reflecteert. Verder betrekt het LOWI bij deze kwalificatie dat Betrokkene – daargelaten de overige uitlatingen waarover Verzoeker klaagt – voor zover bekend niet vaker is tekortgeschoten en, sterker nog, dat Betrokkene in het verleden juist is geroemd en gelauwerd om zijn wetenschappelijke communicatie. Voorts zijn de aard en context van de bijlage en het verslag van belang, waarbij het gaat om een publiek debat en geen sprake is van reguliere wetenschappelijke publicaties.
16. De overige uitlatingen waarover Verzoeker heeft geklaagd zal het LOWI hier niet meer separaat behandelen. Reden hiervoor is dat het oordeel over deze uitlatingen voor het LOWI niet zullen leiden tot een zwaardere kwalificatie dan lichte tekortkoming en dat met bovenstaande overwegingen al aan de klacht van Verzoeker en hetgeen hij daarmee beoogt te bereiken tegemoet is gekomen. Verzoeker beoogt met zijn klacht immers simpelweg te bereiken dat wordt vastgesteld dat de uitlatingen van Betrokkene niet in overeenstemming zijn met normen van wetenschappelijke integriteit. Dat is in overweging 14 gebeurd.
17. Tot slot: voor zover Verzoeker in zijn verzoek aandacht heeft gevraagd voor een presentatie die Betrokkene in mei 2025 heeft gegeven, overweegt het LOWI dat dit een uitbreiding van de oorspronkelijke klacht betreft die in deze fase van de procedure niet meer is toegestaan. Gelet op het gesprek tijdens de hoorzitting bij het LOWI, was dit Verzoeker inmiddels ook al duidelijk geworden. In het advies van het LOWI zijn hier daarom verder geen overwegingen aan gewijd.
Algemene overwegingen
18. Naar aanleiding van deze casus ziet het LOWI aanleiding om in zijn algemeenheid het volgende te overwegen.
19. Net als iedere andere burger, komt wetenschappers het grondwettelijke en verdragsrechtelijke recht op vrijheid van meningsuiting toe. Zoals het LOWI eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in LOWI-advies 2022-14, moet met het oog op die vrijheid van meningsuiting niet te snel worden geconcludeerd dat een wetenschapper in het publieke debat mogelijk de wetenschappelijke integriteit heeft geschonden. Het is niet de bedoeling van de gedragscode dat wetenschappers uit angst voor een mogelijke klacht over schending van de wetenschappelijke integriteit ervan terugschrikken om zich te mengen in het publieke debat. Of, zoals de wetenschapper in deze casus het verwoordde, het is niet de bedoeling om wetenschappers monddood te maken. Hetzelfde geldt voor het grondwettelijk en verdragsrechtelijke recht op toegang tot de rechter en het recht op inspraak bij besluitvorming van de overheid zoals in deze zaak in belangrijke mate aan de orde was. Het is niet de bedoeling van de gedragscode dat wetenschappers worden beperkt in hun inspraakrechten in bestuurlijke besluitvormingsprocessen.
20. Daar staat tegenover dat een wetenschapper die zich in het publieke debat mengt of die gebruik maakt van zijn inspraakrechten, duidelijk moet maken of hij of zij dit op persoonlijke titel doet of in de hoedanigheid van wetenschapper. Vooral moet de wetenschapper voorkomen dat de indruk ontstaat dat zijn standpunt wordt ingegeven door zijn kennis en kunde als wetenschapper, bijvoorbeeld bij een geval als dit waar het ging om een discussie tussen deskundigen. Het onderscheid komt voor wetenschappers (zoals voor de Betrokkene in deze casus) wellicht kunstmatig voor, maar voor de samenleving is van groot belang dat transparant is in welke hoedanigheid iemand deelneemt aan het publieke debat of inspreekt ter beïnvloeding van besluitvorming door de overheid en welk gewicht er gelet daarop aan diens uitlatingen mag worden toegekend.
21. Voor het deelnemen c.q. inspreken op persoonlijke titel is van belang dat een wetenschapper expliciteert dat dit op persoonlijke titel gebeurt. Daarbij is ook van belang dat bijvoorbeeld geen logo’s of briefpapier van de onderzoeksinstelling worden gebruikt en dat het gebruik van academische graden en/of titels de suggestie wekt dat iemand als wetenschapper optreedt. Voor zover de bijdrage c.q. inspraak niet (louter) op persoonlijke titel maar (mede) in de hoedanigheid van wetenschapper wordt gedaan, worden de gedragingen van de wetenschapper beheerst door de principes en normen uit de gedragscode en kunnen zij daar achteraf aan worden getoetst in een procedure zoals de onderhavige.
ADVIES
Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit:
I. verklaart het verzoek gegrond;
II. adviseert het Bestuur om de klacht in het definitieve oordeel gegrond te verklaren voor zover Betrokkene met zijn uitlatingen normen 49 en 53 uit de gedragscode onvoldoende heeft nageleefd en daarbij duidelijk te maken dat dit kwalificeert als lichte tekortkoming en niet als een schending van de wetenschappelijke integriteit.
Aldus vastgesteld op 22 december 2025 door prof. mr. H.E. Bröring, plaatsvervangend voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.C. Zweistra, ambtelijk secretaris.