Categorieën
Advies

Advies 2018-16

Advies van het LOWI van 16 oktober 2018 ten aanzien van het verzoek van …, bij het LOWI ingediend op 24 april 2018 en betreffende het (aanvankelijk) oordeel van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam van 16 april 2018, naar aanleiding van een klacht van 6 maart 2018 over een vermoede schending van wetenschappelijke integriteit door … .

1. Het verzoek

Op 24 april 2018 heeft … (verder: Verzoeker) aan het LOWI verzocht om een advies te geven aan het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam (verder: het Bestuur) over het (aanvankelijk) oordeel van het Bestuur van 16 april 2018 (verder: oordeel) naar aanleiding van een klacht van Verzoeker, ingediend bij het Bestuur op 6 maart 2018 (verder: klacht).

De klacht

De klacht is naar aanleiding van de publicatie … A Prospective Study, in … van juli 2015 (verder: publicatie), met als auteurs …, … en … (verder: Betrokkene).

In de klacht heeft Verzoeker aangevoerd dat de auteurs een retrospectief onderzoek hebben gepubliceerd als ware het een prospectief onderzoek. Na een advies van het LOWI over deze publicatie (LOWI-advies 2017-14) hebben de auteurs een erratum aangeboden aan het tijdschrift. Dit vond plaats zeven maanden na de eerste constatering dat het onderzoek retrospectief was, zodat de lezers zeven maanden onnodig in het ongewisse zijn gelaten.

Verder heeft het LOWI niet geadviseerd om een erratum in te dienen, maar om de publicatie te rectificeren vanwege de opzettelijke aard van de door de auteurs gepubliceerde onjuistheden. De auteurs hebben het tijdschrift alleen verzocht om de titel te wijzigen, terwijl het LOWI heeft geadviseerd om ook de tekst te rectificeren. Met alleen een wijziging van de titel wordt de misleiding in stand gehouden.

Het advies van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit

De Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de Universiteit van Amsterdam (verder: CWI) heeft op 26 maart 2018 advies uitgebracht over de klacht.

De CWI heeft overwogen dat de klacht in de kern gaat over twee aspecten: over de kwalificatie van het onderzoek en de wijze waarop het is gepubliceerd, en over de wijze waarop de auteurs, waaronder Betrokkene, en het Bestuur van … (verder: universiteit X) LOWI-advies 2017-14 hebben geïnterpreteerd alsmede de tijdigheid waarmee de auteurs het advies hebben opgevolgd.

Uit artikel 9, vierde lid, van de Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit van de Universiteit van Amsterdam (verder: Klachtenregeling) volgt dat de CWI bevoegd is om een klacht niet in behandeling te nemen indien de klacht al eerder is onderzocht. Het eerste aspect van de klacht is reeds eerder onderzocht door de CWI van universiteit X. Betrokkene heeft de uitkomsten van de procedure bij het LOWI onderschreven en het verzoek tot rectificatie aan de uitgever mede ondertekend. Het Bestuur van universiteit X heeft een definitief oordeel gegeven.

Uit artikel 7 van de Klachtenregeling volgt dat de CWI als taakstelling heeft het onderzoeken van klachten over (een vermoeden van) schending van de wetenschappelijke integriteit door een medewerker. De beoordeling van het tweede aspect van de klacht behoort niet tot de taakstelling van de CWI.

De CWI heeft de klacht niet in behandeling genomen en het Bestuur geadviseerd om de klacht niet ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel

In het oordeel heeft het Bestuur conform dit advies van de CWI de klacht niet ontvankelijk verklaard.

Het verzoek

Verzoeker is het niet eens met het oordeel van het Bestuur en heeft het LOWI verzocht hierover een advies te geven. Het standpunt van Verzoeker is verkort weergegeven in onderdeel 3.

2. De procedure

Op 31 mei 2018 zijn Verzoeker, het Bestuur en Betrokkene ervan op de hoogte gesteld dat het LOWI heeft besloten het verzoek in behandeling te nemen. Het Bestuur en Betrokkene zijn in de gelegenheid gesteld om een verweerschrift in te dienen.

Het verweerschrift van het Bestuur is op 10 juli 2018 bij het LOWI ingediend. Betrokkene heeft op 6 juli 2018 laten weten niet als partij te willen deelnemen aan de LOWI-procedure.

Het LOWI heeft het verweerschrift van het Bestuur op 11 juli 2018 aan Verzoeker gezonden. Op 23 juli 2018 heeft Verzoeker op het verweer gereageerd. Dit stuk van Verzoeker is op 24 juli 2018 door het LOWI aan het Bestuur gezonden. Het Bestuur heeft op 7 augustus 2018 gereageerd.

Het LOWI heeft besloten de zaak op de stukken te behandelen en dit aan partijen medegedeeld op 17 september 2018.

3. Standpunten van partijen

3.1 Het standpunt van Verzoeker

Het standpunt van Verzoeker zoals verwoord in zijn verzoekschrift luidt, samengevat, als volgt.

De weergave door de CWI van het eerste aspect van de klacht is niet juist. De kwalificatie van het onderzoek vormt geen onderdeel van de klacht. De klacht betreft een publicatie die niet op de juiste wijze is gerectificeerd.

Het Bestuur van universiteit X heeft geen rectificatie geëist en daarmee impliciet geen eisen gesteld aan de inhoud van de rectificatie. Het Bestuur van universiteit X heeft zich niet inhoudelijk uitgesproken over de wijze waarop is gerectificeerd of over het tijdstip, maar alleen geconstateerd dat de auteurs een brief hebben gestuurd aan het tijdschrift.

De huidige klacht is dus een nieuwe klacht, waarover het Bestuur van universiteit X zich niet heeft uitgesproken. Verzoeker meent dat het toch niet zo kan zijn dat de auteurs de vrijheid hebben om, verwijzend naar een advies van het LOWI, misleidende informatie te verstrekken over een rectificatie.

3.2 Het standpunt van het Bestuur

Het standpunt van het Bestuur zoals verwoord in het verweerschrift luidt, samengevat, als volgt.

Het Bestuur heeft geciteerd uit het klaagschrift en uit het advies van de CWI. Ten aanzien van de gronden van het verzoek heeft het Bestuur het volgende opgemerkt.

Uit het klaagschrift komt naar voren dat Verzoeker zich niet kan verenigen met de wijze waarop het onderzoek is gepubliceerd en dat dit samenhangt met de kwalificatie van het onderzoek. Dat blijkt onder meer uit de zinsnede waarin is vermeld dat de auteurs een retrospectief onderzoek hebben gepubliceerd als een prospectief onderzoek.

Uit het klaagschrift komt naar voren dat Verzoeker zich niet kan verenigen met de wijze waarop de auteurs van de publicatie, waaronder Betrokkene, en het Bestuur van universiteit X LOWI-advies 2017-14 hebben geïnterpreteerd en het moment waarop de auteurs, waaronder Betrokkene, opvolging hebben gegeven aan LOWI-advies 2017-14.

Het Bestuur heeft daarnaast opgemerkt dat de geheimhoudingsplicht voor Verzoeker op grond van de Klachtenregeling niet begrensd is in de tijd. Ook heeft het Bestuur opgemerkt dat Verzoeker het schrijven van het Bestuur van universiteit X van 5 maart 2018 pas na het oordeel van 12 april 2018 heeft overgelegd. Dit schrijven zou overigens niet tot een ander oordeel hebben geleid.

3.3 Reactie Verzoeker op het standpunt van het Bestuur

Verzoeker heeft naar aanleiding van het verweerschrift, samengevat, als volgt gereageerd.

Verzoeker kan de wijze waarop de CWI het klaagschrift heeft uitgelegd niet volgen. Blijkens het erratum zijn de auteurs na het advies van het LOWI zelf tot de conclusie gekomen dat de pretentie een prospectief onderzoek te hebben gepubliceerd misleidend was. De opmerking van Verzoeker hierover in het klaagschrift was de inleiding voor de omschrijving van de klacht. Deze inleidende zin in het klaagschrift maakt geen deel uit van de klacht.

Verder heeft het Bestuur van universiteit X zich niet uitgelaten over het oordeel van het LOWI, zoals neergelegd in het LOWI-advies 2017-14. Dat is bevestigd in de brief van het Bestuur van universiteit X van 5 maart 2018. In zijn klaagschrift had Verzoeker gemeld akkoord te gaan met het opvragen van de documenten betreffende de kwestie bij universiteit X en het LOWI.

De opmerking over de geheimhouding is afkomstig uit de modelbrief van het LOWI. Overigens meent Verzoeker dat de geheimhoudingsplicht niet automatisch ook geldt voor het oordeel van het Bestuur. Wat kan men anders leren van een klacht die gegrond is verklaard?

3.4 Laatste reactie van het Bestuur

Naar aanleiding van de laatste reactie van Verzoeker, zoals beschreven in 3.3 heeft het Bestuur laten weten geen aanleiding te zien om te reageren.

4. Overwegingen van het LOWI

4.1 Algemeen

Na een ontvankelijk verzoek hiertoe, adviseert het LOWI het Bestuur van een bij het LOWI aangesloten instelling over een door het Bestuur vastgesteld (aanvankelijk) oordeel naar aanleiding van een klacht over een vermoede schending van wetenschappelijke integriteit.

Het LOWI baseert zijn oordeel over de vermoede schending van wetenschappelijke integriteit primair – doch niet uitsluitend – op de normen van wetenschappelijke integriteit die hetzij zijn af te leiden uit de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening 2004, laatstelijk herzien in 2014, hetzij uit de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit, in werking getreden op 1 oktober 2018 (VSNU). Zie voor het beoordelingskader verder www.lowi.nl.

Het oordeel dat een of meerdere normen van wetenschappelijke integriteit zijn geschonden, leidt niet per definitie ook tot het oordeel dat de wetenschappelijke integriteit is geschonden.

Het LOWI is niet bevoegd om te oordelen over strafrechtelijke, bestuursrechtelijke of civielrechtelijke kwesties noch over wetenschappelijke controversen. Bij het laatste is sprake van een interpretatieverschil c.q. een verschil van mening over een wetenschappelijk oordeel. Wetenschappelijke controversen dienen te worden bediscussieerd en beslecht in het daartoe geëigende forum.

4.2 Toepasselijke regelingen

De klacht van Verzoeker is beoordeeld aan de hand van artikel 7 en 9 van de Klachtenregeling.

Verder is het volgende relevant. Op 1 oktober 2018 is de nieuwe Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit in werking getreden. Deze Gedragscode vervangt de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. Op grond van de overgangsbepalingen in paragraaf 1.5 van de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit is op de onderhavige casus nog de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening van toepassing.

4.3 Valt de verweten gedraging onder de reikwijdte van de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening?

In zijn klaagschrift aan het Bestuur heeft Verzoeker aangevoerd dat de auteurs, waaronder Betrokkene, pas zeven maanden na de constatering dat het onderzoek niet prospectief was een erratum hebben aangeboden. Ook heeft Verzoeker naar voren gebracht dat het LOWI niet een erratum (ten aanzien van slechts de titel) had geadviseerd, maar een rectificatie vanwege de opzettelijke aard van de door de auteurs gepubliceerde onjuistheden. De CWI heeft overwogen dat de beoordeling van dit aspect van de klacht niet tot zijn taakstelling behoort.

Het LOWI overweegt als volgt.

Het klaagschrift leunt zwaar op de constatering dat de auteurs, waaronder Betrokkene, LOWI-advies 2017-14 niet volledig hebben opgevolgd. Daarmee lijkt de klacht in eerste instantie gericht op het effectueren van dit advies. In dat verband wordt opgemerkt dat het niet de taak of bevoegdheid is van de CWI of het LOWI om ervoor te zorgen dat een door hen gegeven advies ook wordt opgevolgd. De integriteitsprocedure is zodanig ingericht dat het is overgelaten aan betrokkenen om dit naar eer en geweten te doen. Besluitvorming door het bevoegde Bestuur is daarbij bepalend. Een nieuwe klachtprocedure is niet de aangewezen weg om af te dwingen dat een advies wordt overgenomen of opgevolgd.

Voor zover de klacht ziet op het niet of onvoldoende overnemen dan wel opvolgen van het LOWI-advies door Betrokkene, is de klacht terecht niet ontvankelijk verklaard.

Dat is echter niet het enige punt dat Verzoeker in zijn klacht naar voren heeft gebracht. Verzoeker heeft daarnaast ook aangevoerd dat de misleiding in de publicatie in stand blijft door alleen de titel te wijzigen. De klacht is daarmee tevens gericht op de vraag of de publicatie na het erratum wél een juiste voorstelling van zaken geeft.

Het LOWI is van oordeel dat de beantwoording van die vraag binnen de taakstelling van de CWI valt en overweegt daartoe als volgt.

De auteurs, waaronder Betrokkene, zijn gewezen op de misleidende weergave van hun onderzoeksresultaten. Dat is gebeurd in het LOWI-advies 2017-14. Betrokkene heeft niet willen deelnemen aan de huidige LOWI-procedure en heeft dus zelf geen toelichting gegeven, maar de CWI heeft in haar advies overwogen dat Betrokkene de uitkomsten van de vorige LOWI-procedure heeft onderschreven. Die uitkomsten zijn als volgt.

Het LOWI heeft aan de hand van diverse citaten uit de publicatie gemotiveerd dat de titel én de tekst van de publicatie misleidend zijn. Titel en tekst geven aan dat de auteurs een prospectief onderzoek hebben uitgevoerd, terwijl dit onderzoek naar eigen zeggen van de auteurs retrospectief was. Het LOWI heeft geconstateerd dat de auteurs, waaronder Betrokkene, de lezer opzettelijk op het verkeerde been hebben gezet over de aard en waarde van hun onderzoek en geoordeeld dat dit een schending van de wetenschappelijke integriteit oplevert.

Het LOWI heeft geadviseerd om de publicatie te laten rectificeren en aangegeven dat van de auteurs, waaronder Betrokkene, mag worden verwacht dat zij de verantwoordelijkheid voor die rectificatie op zich nemen.

Deze uitkomsten van de vorige LOWI-procedure zijn door de auteurs, waaronder Betrokkene, tegenover het tijdschrift als volgt weergegeven: “The Dutch National Organization for Scientific Integrity (LOWI) has come to the conclusion that the words Prospective Study are misleading and demands us to have this corrected.” De auteurs hebben het tijdschrift gevraagd om de woorden “A Prospective Study” te verwijderen uit de titel van de publicatie.

Terzijde moet worden vastgesteld dat de auteurs, waaronder Betrokkene, het tijdschrift onvolledig hebben geïnformeerd over de uitkomsten van de vorige LOWI-procedure. Dat is in dit verband echter minder van belang. Relevanter is de constatering dat de auteurs, waaronder Betrokkene, de publicatie niet hebben gerectificeerd. Zij hebben de titel aangepast, maar de tekst ongewijzigd gelaten. Deze tekst schetst op diverse plaatsen het beeld van een prospectief onderzoek. Dat die aanduiding niet meer in de titel voorkomt, heeft dan ook weinig betekenis.

De vraag is dus of het corrigeren van de titel en het in stand laten van de tekst kan worden getoetst aan de regels van wetenschappelijke integriteit. Die toets behoort tot de taakstelling van de CWI en van het LOWI, mits het aanbieden van een erratum geldt als wetenschapsbeoefening in de zin van de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. Maakt deze handeling nog deel uit van het proces van wetenschappelijk onderzoek? Het LOWI beantwoordt deze vraag bevestigend. De weergave van onderzoeksresultaten is wetenschapsbeoefening. Voor het eventuele corrigeren van die weergave geldt uiteraard hetzelfde. Dat betekent dat het aanbieden van een erratum toetsbaar is aan de regels van wetenschappelijke integriteit.

Voor zover de klacht ziet op het aanbieden van een gesteld ontoereikend erratum, is de klacht ten onrechte niet ontvankelijk verklaard.

Omwille van de voortgang van de procedure, zal het LOWI met toepassing van artikel 13, tweede lid, van het Reglement LOWI 2018 dit aspect van de klacht nu zelf beoordelen. Dat Betrokkene heeft afgezien van deelname aan de LOWI-procedure en dus niet zijn standpunt naar voren heeft gebracht, staat hieraan niet in de weg.

De publicatie is beoordeeld als misleidend omdat daarin het beeld wordt geschetst van een prospectief onderzoek, terwijl in werkelijkheid een retrospectief onderzoek is gedaan. Los van de overweging dat Betrokkene dit oordeel over de publicatie zou hebben onderschreven, mag op grond van de principes van eerlijkheid en zorgvuldigheid uit de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening van de auteurs, waaronder Betrokkene, worden verwacht dat zij een dergelijke serieuze onregelmatigheid volledig herstellen. Het door hen aangeboden erratum betreft echter alleen de titel van de publicatie. De passages in de tekst waarin de lezers wordt voorgespiegeld dat een prospectief onderzoek is uitgevoerd, zijn ongewijzigd gebleven. Dat betekent dat de lezers nog steeds op het verkeerde been worden gezet over de aard en waarde van het onderzoek. Het aanpassen van alleen de titel voldoet niet.

Verzoeker heeft in zijn klacht terecht aangevoerd dat met dit erratum de misleiding in stand wordt gelaten. Anders dan uit de overwegingen van de CWI lijkt te volgen, is dat geen kwestie van interpretatie. Mede door de verschillende citaten uit de tekst van de publicatie, kan er geen misverstand over bestaan dat de publicatie misleidend is in titel én tekst. Derhalve moet worden geconcludeerd dat dit ontoereikende erratum een bewuste keuze is geweest van de auteurs, waaronder Betrokkene.

De lezers opzettelijk op het verkeerde been zetten over de aard en waarde van een onderzoek is door het LOWI eerder aangemerkt als een schending van de wetenschappelijke integriteit. Het willens en wetens in stand laten van deze misleiding, kan niet anders worden gekwalificeerd. De auteurs, waaronder Betrokkene, hebben een retrospectief onderzoek gepresenteerd als een prospectief onderzoek en deze onregelmatigheid vervolgens willens en wetens in stand gelaten. Dat is ernstig. Integere wetenschapsbeoefening gaat ook over de bereidheid om onjuistheden recht te zetten. Wanneer die bereidheid ontbreekt, wordt het vertrouwen in de wetenschap geschaad.

5. Oordeel en advies van het LOWI

Het LOWI is van oordeel dat het verzoek (deels) gegrond is. Voor zover de klacht ziet op het aanbieden van een ontoereikend erratum, is deze ten onrechte niet ontvankelijk verklaard.

Het LOWI adviseert het Bestuur om zijn aanvankelijk oordeel gewijzigd vast te stellen, met inachtneming van bovenstaande overwegingen.

Prof. mr. dr. R. Fernhout, Voorzitter

mr. H.M.L. Frons, Ambtelijk Secretaris

Print Friendly, PDF & Email