naar aanleiding van het verzoek van:
1. [Verzoeker]
over het aanvankelijk oordeel van
2. het College van Bestuur van de Universiteit Leiden
Procesverloop
Op 3 maart 2025 heeft Verzoeker een brief gestuurd aan het College van Bestuur van de Universiteit Leiden (hierna: het Bestuur).
Het Bestuur heeft de brief opgevat als een klacht over een mogelijke schending van de wetenschappelijke integriteit door [Betrokkene] en een hiermee verband houdende aansprakelijkheidsstelling van het Bestuur. Het Bestuur heeft de brief doorgestuurd aan de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de Universiteit Leiden (hierna: CWI) voor advies.
De CWI heeft het Bestuur op 6 mei 2025 geadviseerd de klacht kennelijk ongegrond te verklaren.
Het Bestuur heeft dit advies van de CWI overgenomen en heeft de klacht in het aanvankelijk oordeel van 13 mei 2025 kennelijk ongegrond verklaard. Op diezelfde datum heeft het Bestuur ook het verzoek om toekenning van schadevergoeding afgewezen.
Verzoeker heeft het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (hierna: LOWI) op 30 mei 2025 verzocht advies uit te brengen over het aanvankelijk oordeel waarin zijn klacht ongegrond is verklaard.
Het LOWI heeft besloten het verzoek in behandeling te nemen.
Het Bestuur en Betrokkene hebben daarna beiden een verweerschrift ingediend.
Verzoeker heeft op deze verweerschriften gereageerd.
Het Bestuur en Betrokkene hebben vervolgens beiden een laatste reactie ingediend.
Het LOWI heeft in zijn vergadering van 26 september 2025 besloten dat het zich voldoende geïnformeerd acht en dat het de zaak op de stukken zal behandelen.
Partijen zijn van het besluit om geen hoorzitting te houden op de hoogte gebracht.
Overwegingen
Inleiding
1. Verzoeker heeft een conflict met zijn ex-partner over het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen. Hierover heeft onder meer het gerechtshof in Den Haag een uitspraak gedaan.
2. In het kader van deze rechterlijke procedure heeft Verzoeker een beëdigd vertaalster gevraagd om juridische documenten die in een andere taal waren gesteld, te vertalen in het Nederlands.
3. Verzoeker is het niet eens met een vertaalkeuze die de vertaalster daarbij heeft gemaakt, omdat de Nederlandse vertaling niet de juridische lading van het begrip in de oorspronkelijke taal zou dekken.
4. Enkele dagen nadat Verzoeker hoger beroep bij het gerechtshof in Den Haag had ingesteld, heeft hij een klacht over de vertaalster ingediend bij de Klachtencommissie Wbtv (Wet beëdigde tolken en vertalers).
5. In het kader van de klachtenprocedure bij de Wbtv heeft de vertaalster Betrokkene om advies gevraagd. Betrokkene, hoogleraar aan de Universiteit Leiden, heeft de vertaalster in een schriftelijk advies kort gezegd geadviseerd om de gedane vertaling te handhaven.
6. Naar aanleiding van dat advies en een aanvullend schriftelijk advies van Betrokkene heeft Verzoeker een wetenschappelijke integriteitsklacht ingediend bij het College van Bestuur van de Universiteit Leiden. Die klacht staat in deze procedure centraal.
Brief van 3 maart 2025
7. In zijn brief van 3 maart 2025 houdt Verzoeker Betrokkene verantwoordelijk voor het in stand houden van de betreffende vertaling die hij onjuist acht. Volgens Verzoeker heeft Betrokkene er met zijn advies voor gezorgd dat de vertaalster geen twijfels en zorgen meer koesterde over haar vertaling. In de klacht spreekt Verzoeker onder meer van “medeplichtigheid van de beklaagde professor bij het in stand houden van deze kritieke fout.” Verzoeker spreekt in dit verband van een vorm van intellectueel kolonialisme, waarbij geen rekening wordt gehouden met lokale contexten en culturele gevoeligheden.
8. Verzoeker heeft zich met zijn brief van 3 maart 2025 ook gericht tegen het Bestuur. Verzoeker stelt het Bestuur aansprakelijk voor het handelen van Betrokkene en eist een schadevergoeding van € 65.000.
CWI-advies en voorlopig oordeel
9. De klacht is door het Bestuur uitgesplitst in een aansprakelijkheidsstelling van het Bestuur enerzijds en in een klacht over mogelijke schending van de wetenschappelijke integriteit door Betrokkene anderzijds. Het Bestuur heeft het verzoek om toekenning van schadevergoeding afgewezen en de klacht over schending van de wetenschappelijke integriteit door Betrokkene kennelijk ongegrond verklaard. Dit laatste heeft het Bestuur gedaan op advies van de CWI.
10. De CWI is in haar advies tot de conclusie gekomen dat de klacht betrekking heeft op de wetenschappelijke kwaliteit van het door Betrokkene uitgebrachte advies. De CWI overweegt dat de klachtenprocedure wetenschappelijke integriteit niet is bedoeld als een platform voor het voeren van inhoudelijke discussies over de wetenschappelijke kwaliteit van een onderzoek. De CWI heeft daarbij ook aangetekend dat er een bindende rechterlijke uitspraak ligt over de aan de orde zijnde kwestie en dat de CWI niet het forum is waar Verzoeker alsnog kan proberen zijn gelijk te halen nadat hij bij de rechtbank en bij het gerechtshof in het ongelijk is gesteld. Verder overweegt de CWI dat de vertaling waar het Verzoeker om te doen is, geen rol heeft gespeeld in de conclusie van het gerechtshof.
Standpunt Verzoeker
11. Verzoeker meent dat de CWI zijn klacht te beperkt heeft uitgelegd en vraagt het LOWI om een inhoudelijke heroverweging en om aanbevelingen voor herstelmaatregelen te doen. Hij betoogt dat geen sprake is van een wetenschappelijk debat waarvoor de procedure niet is bedoeld, maar van een fout van Betrokkene die onder de normering van de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018 (hierna: gedragscode) Het gaat Verzoeker daarbij niet alleen om het in stand houden van de in zijn ogen onjuiste vertaling, maar ook om de laatste alinea van het aanvullend advies van Betrokkene waarin een opmerking staat over de rechtskracht van een notariële akte. Verzoeker weerspreekt de inhoud van die alinea en heeft ter onderbouwing van zijn standpunt onder meer een zogenoemde legal opinion van een advocaat van 3 juni 2025, bijgevoegd. Verzoeker meent dat de CWI een deskundige had moeten raadplegen, omdat zijn klacht een rechtsvergelijkende dimensie heeft, en vraagt het LOWI dit alsnog te doen. Verzoeker vraagt het LOWI te bevestigen dat universiteitsmedewerkers bij juridisch relevante externe advisering gebonden zijn aan professionele zorgvuldigheidsnormen van de gedragscode, ook bij niet gepubliceerde adviezen.
Standpunt Bestuur
12. Het Bestuur verwijst kort gezegd naar het CWI-advies en stelt onder meer dat Verzoeker niet toelicht waarom Betrokkene normen uit de gedragscode zou hebben geschonden en dat de klacht, het verzoekschrift en de twee adviezen van Betrokkene hiertoe ook geen aanknopingspunten bevatten. Volgens het Bestuur bestaat er geen aanleiding om nader onderzoek te laten uitvoeren naar een mogelijk schending van de normen uit de gedragscode.
Standpunt Betrokkene
13. Betrokkene stelt dat hij de adviezen aan de vertaalster zorgvuldig en kosteloos heeft opgesteld en dat hij inhoudelijk nog steeds achter die adviezen staat.
Oordeel LOWI
14. Betrokkene heeft de adviezen waarover Verzoeker klaagt, ondertekend met zijn naam inclusief hoogleraarstitel, academische graden en verwijzing naar zijn leerstoel. De adviezen zijn voorzien van het logo van de universiteit en van het onderzoeksinstituut waaraan Betrokkene is verbonden. De adviezen zijn gelet op deze omstandigheden te kwalificeren als ‘adviezen van onderzoekers’ zoals bedoeld in nr. 1.1, onder 3, (pagina 10) van de gedragscode en vallen daarmee onder de reikwijdte van de gedragscode.
15. Dat de gedragscode in deze casus van toepassing is, betekent echter nog niet dat Betrokkene normen uit de gedragscode zou hebben geschonden. Volgens Verzoeker gaat het in deze zaak om een foutief advies van Betrokkene. Zelfs al zou Verzoeker hier gelijk in hebben, dan nog miskent hij daarmee dat het maken van fouten niet hetzelfde is als een mogelijke schending van de wetenschappelijke integriteit. Het verzoekschrift bestaat in de kern uit een indringend betoog waarom het advies van Betrokkene volgens Verzoeker foutief is. De klachtenprocedure wetenschappelijke integriteit is echter geen forum voor een beoordeling van de juistheid van het door Betrokkene uitgebrachte advies. Daarbij is mede van belang dat het advies van Betrokkene met argumenten is onderbouwd. Het LOWI acht het dan ook niet onzorgvuldig, maar juist, dat de CWI inhoudelijk niet is ingegaan op het betoog van Verzoeker en de documenten die dat betoog zouden adstrueren.
16. Het LOWI onderschrijft het standpunt van het Bestuur dat de klacht, noch het verzoek, noch de adviezen van Betrokkene waar het in deze zaak om gaat, aanknopingspunten bevatten voor een nader onderzoek naar schending van de wetenschappelijke integriteit door Betrokkene. Verzoeker noemt weliswaar zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar maakt nergens concreet welke normen Betrokkene zou hebben geschonden en op welke wijze.
17. Gelet op het voorgaande acht het LOWI het advies van de CWI om de zaak niet verder inhoudelijk in behandeling te nemen, correct. Voor het raadplegen van een deskundige bestaat geen aanleiding.
Conclusie
18. Het verzoek is ongegrond.
ADVIES
Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit:
I. verklaart het verzoek ongegrond;
II. adviseert de klacht definitief ongegrond te verklaren.
Aldus vastgesteld op 29 oktober 2025 door mr. E.J. Daalder, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.C. Zweistra, ambtelijk secretaris.